
LOCHEM – ‘Zoek de verbinding’. Het klinkt als een cliché, maar gezien actuele problemen lijken ondernemers en lokale bestuurders meer dan ooit tot elkaar veroordeeld. Samenwerking is nodig om de economische kracht te behouden en zaken als netcongestie aan te pakken. Dat is de belangrijkste conclusie van de politieke avond van de Industriële Kring Lochem (IKL) van maandagavond. En: de slogan van het aanstaande minderheidskabinet vindt ofwel veel weerklank in Lochem, of ligt zo voor de hand dat niemand heen kan om: ‘Aan de slag’.
De IKL zocht voor de organisatie van de avond samenwerking met de ondernemers van Landstad Lochem/LOV en LochemEngerige. De acht partijen die deelnamen aan de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart stuurden de lijsttrekker of andere topkandidaat van de kieslijst de arena in. Plaats van handeling was de raadszaal van het gemeentehuis.
Stellingen
Vier stellingen zorgden ervoor dat steeds twee partijen tegenover elkaar stonden. Via het inzetten van een joker konden de andere partijen zich in het debat mengen. Het publiek – vooral bestaande uit ondernemers en leden van politieke partijen – kon vragen stellen. De stellingen gingen over de relatie tussen bedrijfsleven en gemeenten. De eerste stelling luidde: ‘Zonder actief gemeentelijk beleid om techniekonderwijs te versterken, zal het tekort aan technisch personeel alleen maar verder oplopen.’
Meedenken met Lochem (MmL) en de D66 konden het niet anders dan eens zijn met deze stelling. Niet toevallig is de verminderde belangstelling voor het middelbaar beroepsonderwijs op dit moment landelijk nieuws. Het merendeel van de werknemers in het Lochemse bedrijfsleven heeft een mbo-achtergrond. De vijver waarin bedrijven vissen om medewerkers te vinden, dreigt steeds kleiner te worden. Lex de Goede (MmL) vindt dat de gemeente weliswaar geen directe invloed heeft op onderwijsinstellingen, maar wel faciliterend kan optreden. Als voorbeeld noemde hij zorgen voor goede reismogelijkheden naar de scholen in de regio.
Stageplaatsen
Lijsttrekker Michiel Rijsberman (D66) vindt dat bedrijfsleven en gemeente samen moeten optrekken, maar dat de gemeente leiderschap moet tonen. Hij wees op het streven om tot 2040 te groeien naar 40.000 inwoners. “Dat betekent dat we alles in de gemeente naar een hoger niveau moeten tillen.” Dit geldt wat hem betreft ook voor het onderwijsaanbod.
Erwin Beumer van GroenLinks/PvdA vroeg aandacht voor de mismatch op de arbeidsmarkt, waardoor vraag en aanbod niet in evenwicht zijn. Hij riep op tot een onderzoek naar de knelpunten. Volgens Rijsberman is onderzoek niet nodig, omdat ondernemers zelf wel weten wat ze nodig hebben en waar de schoen wringt. Guido de Wit van de kersverse Democratische Partij Lochem (DPL) stelde vast dat te weinig jongeren en zij-instromers kiezen voor techniek. Volgens hem moet de gemeente de regie nemen om dit te kantelen.
Regio’s
IKL-voorzitter Nico Groen wees erop dat op het gebied van onderwijs vooral wordt samengewerkt in de Achterhoek, terwijl Lochem bestuurlijk tot de Regio Stedendriehoek behoort. Wat Rijsberman betreft hoeft Lochem niet te kiezen. Hij ziet Lochem als schakel tussen de twee regio’s en vindt dat de gemeente kan profiteren van die rol. De Goede: “Met ons hoofd bevinden we ons in de Stedendriehoek, maar het hart ligt in de Achterhoek.”
De tweede stelling luidde: ‘Om bedrijven voldoende uitbreidingsmogelijkheden te bieden, is het nodig dat de gemeente een relatie onderhoudt met haar bedrijven en vanuit één overkoepelende visie doelen nastreeft en hiernaar handelt’. Ondernemer Koen Colvoort leidde deze stelling in en zei dat het belangrijk is dat de gemeente de behoeftes van ondernemers kent om te kunnen inspelen op zaken als netcongestie en grondposities.
De VVD en GroenLinks/PvdA bogen zich hierover. Erwin Beumer (GL/PvdA) trok de stelling breder door er naast economie ook het sociale domein en cultuur bij te betrekken. Dat zijn volgens hem samenhangende zaken waar de gemeente een visie op moet ontwikkelen. Wat betreft grond voor bedrijventerreinen vindt hij dat de vraag steeds moet zijn: ‘Wat is waar nodig?’
Liberaal
Lijsttrekker André de Groot van de VVD huldigt het typisch liberale standpunt dat ondernemers de ruimte moeten krijgen. Omdat ze zorgen voor werkgelegenheid, ze sponsor zijn van verenigingen of omdat ze zorgen voor ons eten. Ruimte voor uitbreiding, minder knellende klimaatdoelen en aandacht voor energievraagstukken zijn volgens de VVD instrumenten om ondernemers vooruit te helpen. Beumer constateert dat ondernemers soms bij verschillende gemeentelijke loketten moeten zijn en pleit voor het instellen van een casemanager als centraal aanspreekpunt.
Tijdens het debat over de stelling kwam het eind vorige week aangekondigde vertrek van Nijha naar Holten ter sprake. Dit wordt alom als een zeer slechte zaak voor Lochem beschouwd, ook voor de medewerkers van het ruim honderdjarige bedrijf. Een combinatie van een onzekere aansluiting op het elektriciteitsnet en een aantrekkelijk aanbod van de gemeente Rijssen-Holten lijkt de aanleiding voor het vertrek.
Binnenstad
Stelling 3 luidde: ‘Een compacte, levendige en economisch vitale binnenstad is cruciaal voor de aantrekkelijkheid van Lochem als plek om te wonen en te werken’. Hierover lieten in eerste instantie het CDA en DPL hun licht schijnen. Lijsttrekker Monique Bettink van het CDA vindt dat de aantrekkingskracht van de binnenstad valt of staat met levendigheid. De ondernemers, gemeente en verenigingen kunnen daar samen voor zorgen, zo vindt ze. Die levendigheid moet overeind blijven als de winkels gesloten zijn. Maar de binnenstad moet geen beleidsmatig eiland worden.
Guido de Wit van DPL vindt een compacte, goed onderhouden en bereikbare binnenstad van belang. Hij juicht de geplande komst van een binnenstadmanager toe, maar die moet dan wel voldoende mandaat en een duidelijke opgave krijgen. Ook pleit hij voor soepelere regels voor tijdelijke winkels en pop-upstores. LochemGroen! ziet graag meer samenhang in de aandacht voor parkeren en groen in en om de binnenstad. Leegstand kan volgens Tjitske Ypma onder meer worden bestreden door soepele regels voor creatieve oplossingen en kansen voor starters.
Thuuskomm’n
En Gemeentebelangen wil dat de binnenstad voor bewoners, mensen die er werken en bezoekers voelt als ‘thuuskomm’n’. Dat gevoel moet ook ‘s avonds overeind blijven, met een goed gevoel van sociale veiligheid. DPL vroeg aandacht voor kortparkeerders en plekken voor laden en lossen. Rudolf Roekevisch van de LOV riep de politieke partijen op om een duurzaam en toekomstbestendig plan voor de binnenstad te omarmen. Ondernemers werken daar zelf al aan.
De vierde en laatste stelling werd ingeleid door directeur Bob Duindam van LochemEnergie en luidde: ‘Door als verbinder op te treden kan de gemeente bijdragen aan de verduurzaming van de energievoorziening en de toekomstbestendigheid van Lochemse bedrijven.’ Bij deze stelling was de hoofdrol weggelegd voor LochemGroen! en Gemeentebelangen. Duindam wees op het nieuwe bedrijventerrein Diekink, waar aansluiting op het elektriciteitsnet tot 2034 op zich kan laten wachten, maar noemde netcongestie ook ‘een administratieve werkelijkheid’.
Samen delen
Samenwerking tussen bedrijven en het delen van netcapaciteit kan een oplossing zijn. Via parkmanagement wordt daar op bedrijventerrein Aalsvoort al aan gewerkt. Lijsttrekker Anja Rouwenhorst van GB ziet een adviserende en regisserende rol weggelegd voor de gemeente, als IKL en LochemEnergie samen optrekken. Ook wees ze op de inzet van biogas voor de energievoorziening van grote bedrijven. LochemGroen! ziet daar minder brood in, vanwege de hoge investering die nodig is en onzekerheden qua continuïteit.
LochemGroen! ziet wel veel in samenwerking en het samen delen van de beschikbare energie. De gemeente kan een actieve verbinder zijn, vindt Ypma. “De gemeente moet organiseren in plaats van achteraf repareren”, zo klonk het. Ook een goede mix van zon en wind ziet de partij als oplossing voor energievraagstukken. GB is een verklaard tegenstander van grote windturbines en herhaalde het veelgehoorde standpunt dat landelijke normen moeten worden afgewacht, ook met het oog op mogelijke gezondheidsschade voor omwonenden. Volgens Ypma zijn er studies geweest waarbij deze schade niet kon worden aangetoond.





