LOCHEM – Bandoneonist Carel Kraayenhof komt tijdens de Bachweken naar Lochem. Op 26 maart treedt hij – onder de titel ‘Bach in Buenos Aires’ – op in de Gudulakerk, samen met zijn eigen kwartet en de Duits-Ierse celliste Nuala McKenna. Naast werk van Bach staan ook een aantal composities van Astor Piazzolla op het repertoire, zodat ook de liefhebber van tango’s en melancholische muziek aan zijn trekken komt. Bach en de bandoneon hebben elkaar, vanuit historisch en geografisch perspectief, maar net gemist, zo blijkt uit het enthousiaste verhaal dat Kraayenhof vertelt.
Het instrument is ontstaan in het Ertsgebergte, op de grens van Duitsland en Tsjechië, zo’n 90 jaar na de dood van Johann Sebastian Bach. De geboorteplaats van het instrument ligt niet ver van Leipzig, waar Bach een groot deel van zijn leven actief was als cantor van de St. Thomaskerk. “De bandoneon werd uitgevonden als draagbare vervanger van het harmonium. Het was dus zeer geschikt om orgelmuziek op te spelen en dat gebeurde dan ook al snel. Ook in de kerken van Leipzig. “Nog altijd worden daar missen gehouden met vier bandoneons”, zegt Kraayenhof.
Medicijn
De eerste bandoneon werd gebouwd naar voorbeeld van de concertina, die al langer bestond. Het bevatte aanvankelijk 56 knoppen. Nadat het door emigranten werd geïntroduceerd in Zuid-Amerika, en met name Argentinië, wilden muzikanten daar complexere muziek kunnen spelen. Er werden steeds knoppen en tonen bijgeplaatst. Omdat dit gebeurde op plekken in het instrument waar simpelweg nog plek was. Hierdoor liggen de opeenvolgende noten in een toonladder vaak ver uit elkaar en ogenschijnlijk kriskras door elkaar. “De bandoneon is het ideale medicijn tegen Alzheimer”, grapt Carel Kraayenhof over de complexiteit van het instrument dat het uiterste vraagt van het menselijke brein.
Hij vertelt verder dat de oude instrumenten beter klinken dan de nieuwe. “De nazi’s vernietigden de Duitse instrumentenbouw in de oorlog, waardoor veel kennis van materialen verloren ging. Door gebruik van andere materialen klinken de nieuwe metalen tonen minder goed.” De ultieme verbintenis tussen de muziek van Bach en de bandoneon is gelegd door Astor Piazzolla. De Argentijn groeide grotendeels op in New York, waar zijn ouders om economische redenen naartoe verhuisden. “Zijn vader was een uitgesproken tangoliefhebber en wilde dat de 8-jarige Astor bandoneon ging spelen. Die zag daar aanvankelijk niet zoveel in. Hij luisterde liever naar jazzmuziek van onder andere Cab Calloway en Duke Ellington. Totdat hij zo’n vier jaar later in de tuin van hun huis in de wijk Greenwich Village in New York pianomuziek hoorde die vanuit een buurwoning klonk. Die bleek te worden gespeeld door een leerling van Rachmaninov en de toen ongeveer 12-jarige Astor was gefascineerd. De buurman leerde hem in de tijd daarna Bach spelen op de bandoneon”, legt Kraayenhof uit.
Invloed
De invloed van Bach op de latere composities van Astor Piazzolla is groot. Hij combineerde de traditionele tango met klassieke contrapunttechnieken en jazz en creëerde daardoor een geheel nieuwe muziekstijl. Een van zijn bekendste werken waarin hij dit doet, is de ‘Fuga y Misterio’. Dit stuk staat ook op de repertoirelijst voor het concert in de Gudulakerk. De klankkleuren van bandoneon en cello passen goed bij elkaar. Carel Kraayenhof is dan ook erg enthousiast over de samenwerking met Nuala McKenna die nu ongeveer een jaar duurt.
McKenna heeft een Ierse vader en Duitse moeder en leeft in Duitsland. Ze werd al jong geconfronteerd met de muziek van Piazzolla. Ze is celliste van het Nederlandse Delta Piano Trio en soliste bij de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, met de bekende dirigent Paavo Järvi. De liefde voor de tango en Bach vloeit nu samen in de samenwerking met een van de bekendste en beste tango-ensembles van Europa. Dat de meeste mensen Carel Kraayenhof vooral kennen van de beroemde tranen van Máxima tijdens ‘Adiós Nonino’ behoeft geen toelichting meer.
Repertoire
Op het repertoire voor het concert tijdens de Bachweken staan zes stukken van de hand van Piazzolla. Van J.S. Bach klinkt onder meer ‘Kunst der Fuge’ en delen van de ‘Goldberg Variaties’. Nuala McKenna speelt drie solostukken van Bach. Verder klinken composities van de hand van Kraayenhof zelf en van pianist Juan Pablo Dobal van het ensemble. Hij schreef ‘La Fugasita’ dat is gebaseerd op het bekende ‘La Cumparsita’.
Carel Kaayenhof speelde eerder in het Lochemse openluchttheater. Hij vertelt verder over een familieband met Lochem. “Mijn moeder had een oom en tante in Lochem en ze had mooie herinneringen aan de vakanties die ze daar doorbracht. Ze nam me op latere leeftijd eens mee om de plekken waar ze vroeger speelde te bekijken. Dat was in het centrum van Lochem. Ook daarom vind ik het leuk weer eens in Lochem te spelen.”
Bachweken Lochem
Donderdag 26 maart
Carel Kraaijenhof Quartet & Nuala McKenna
‘Bach in Buenos Aires’
Gudulakerk, 20.00 uur
Kaarten en info via: lochemklassiek.nl
Zie ook: carelkraayenhof.nl






